Elektronische nieuwsbrief -  Jaargang 2018 - Inhoud

eMagazines

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019

lente

Tientallen pagina's onuitgegeven materiaal, studies, vertalingen, recensies, reportages, dat is wat je mag verwachten van dit e-Magazine in PDF-formaat. Om het te ontvangen (vier nummers per jaar) moet je lid worden van het Studiecentrum Als Catars.
Gratis proefnummer? Stuur een mailtje naar e-magazine@katharen.be

15de jaargang – e-Magazine 62 – lente 2019

De katharen: waar of niet waar?


Klopt het dat de katharen christenen zijn?
Juist. Als we het over het ‘katharisme‘ hebben, bevinden we ons volop in de middeleeuwse christelijke wereld. De geestelijken en religieuzen die de aanwezigheid van ‘ketters’ in het christendom aan de kaak stellen, in een tijd waarin de rooms-katholieke kerk zo goed als oppermachtig is, zijn middeleeuwse christenen. De verstoten ‘ketters’, die het gezag van de paus verwerpen en geen enkele waarde hechten aan de gebruiken en sacramenten van de rooms-katholieke kerk zijn dat ook, al zijn zij zeker niet ‘katholieker’ dan de protestanten van vandaag.
Hier is dus duidelijk sprake van een intern debat binnen de christelijke wereld. Het gaat over het verschil in interpretatie van de Heilige Schrift die leidt tot tegenstrijdige opvattingen over wat de ware christelijke kerk, zoals die werd overgeërfd van de apostelen, zou moeten zijn.
Dissidenten werden door hun tegenstanders, die op zoek waren naar argumenten, soms vergeleken met de oude arianen en manicheeërs, wat ze niet waren. Deze beschuldigingen bezorgden de katharen de reputatie dat hun religie gebaseerd was op oosterse mysterieën, maar in het corpus van de dissidente leer staan er alleen maar verwijzingen naar christelijke geschriften. Aan de andere kant zou men kunnen stellen dat de katholieke kerk tijdens de middeleeuwen een groot deel van haar dogma's heeft gestructureerd rond de verwerping van ‘ketterse’ christelijke opvattingen om zo haar macht te versterken.

–––––
Zowel onder historici als onder het grote publiek worden er nog veel vragen gesteld over de katharen en hun religie. Dat is eigenlijk een goede zaak want die twijfel werkt als een impuls om het historisch onderzoek verder te zetten. Maar toch circuleren er ook nog altijd een groot aantal ongegronde beweringen en geruchten en die gaan soms heel ver. Zo hoor je bijvoorbeeld wel eens beweren dat het katharisme helemaal geen religie was. Anne Brenon zet de puntjes op de i.

De koninklijke burchten in de Corbières

Met het Verdrag van Corbeil werd de Languedoc definitief aangehecht bij het Franse kroondomein. De Franse monarchie toonde, via de tussenkomst van haar seneschalken in Carcassonne, een permanente bezorgdheid voor de efficiënte verdediging van deze nieuwe grens met het koninkrijk Aragon en zulks vanaf het midden van de 13de tot het begin van de 14de eeuw. Ze besteedde in het bijzonder veel aandacht aan de versteviging en uitbreiding van de bestaande militaire vestingen en aan de aanpassing van hun garnizoenen aan de gewijzigde omstandigheden. Zo werd in Peyrepertuse onder meer een ronde verdedigingstoren en de kapel van Maria bijgebouwd en in Aguilar een tweede omwalling aangelegd.
Wat de Languedoc betreft zijn er slechts weinig resten van briefwisseling, inventarissen en orderboeken overgeleverd. De Collectie Doat uit de Nationale Bibliotheek van Frankrijk in Parijs bevat wel enkele documenten die ons precieze informatie verschaffen omtrent de garnizoenen, hun middelen van bestaan en hun bewapening.

–––––
Na de Albigenzische kruistocht en de aanhechting van de Languedoc bij het Franse kroondomein werden de belangrijkste burchten aan de zuidelijke grens van het koninkrijk, met name Termes, Peyrepertuse, Puilaurens, Fenouillet, Queribus en Aguilar, door de monarchie bezet en versterkt. De vorsten, meer bepaald de Heilige Lodewijk, Filips de Stoute en Filips de Schone, zorgden er samen met hun seneschalken in Carcassonne voor dat die burchten en hun garnizoenen bevoorraad werden met levensmiddelen en militair materiaal.
De burchten kunnen momenteel allemaal bezocht worden. Michel Gybels voegt daarom ook actuele toeristische informatie aan zijn artikel toe.

Portretten van enkele inquisiteurs

In 1233 draagt paus Gregorius IX de uitvoering over aan de predikbroeders, de dominicanen, en in tweede instantie ook aan de minderbroeders, de franciscanen. Zij worden de rechters, benoemd en afgevaardigd door de paus, in de strijd tegen de ‘ketterse perversie’ en luiden zo de juridische fase van de repressie in. Een nieuwe procedure wordt ambtshalve ingevoerd en vervangt de oude tegensprekelijke, mondelinge en openbare procedure. De nieuwe procedure is geheim en gebaseerd op de biecht, de verklikking door een getuige is voor de Inquisitie voldoende om de schuld van een verdachte vast te stellen. Beschuldigd van ketterij heeft hij geen recht op een advocaat en komt hij ook de namen van zijn verklikkers niet te weten. De biecht wordt zo een effectief middel om op ketters te jagen. Veel netwerken, gesteund op familiebanden en solidariteit, die aan de oorsprong lagen van de inplanting van de ketterij, worden op die manier opgeblazen. Vanaf 1234 vestigt de Inquisitie zich in de Languedoc en richt er twee tribunalen op, in Toulouse en in Carcassonne.
–––––
De Inquisitie werd opgericht in 1231 door paus Gregorius IX en onder zijn exclusief gezag geplaatst. Het was een uitzonderingsrechtbank die tot stand kwam als gevolg van beslissingen die twee jaar eerder, in 1229, genomen waren door het concilie van Toulouse.
De benaming ‘inquisitie’ - inquisitio -, onderzoek ‘tegen de ketterse perversie’, duikt daar voor het eerst op. Hetzelfde concilie richt ook de universiteit van Toulouse op waar de predikers die klaargestoomd worden om de ketterij te gaan bevechten, zullen worden opgeleid. Het onderzoek en de vervolging van ketters was sinds het concilie van Lateranen IV (1215) in handen van de bisschoppen, maar wordt door de oprichting van de inquisitierechtbank vanaf 1231 de exclusieve taak van de paus die persoonlijk zijn inquisiteurs benoemt. Pilar Jiménez Sachez bespreekt hier zes van de meest bekende ondr hen.

De Occitaanse overwinning bij de slag van Baziège (1219)

Na de grote en onverwachte nederlaag van de Occitaanse coalitie tegen het leger van Simon de Montfort in september 1213 in Muret, waarbij koning Père II van Aragon sneuvelde, werd de strijd van de Fransen tegen de Occitaanse rebellen en hun aanhangers in volle hevigheid verdergezet. Tal van dorpen en steden in de Languedoc werden verder gebrandschat en hun inwoners vermoord of op de vlucht gedreven. Een kentering kwam er maar pas bij de zoveelste belegering van Toulouse door de Fransen, waarbij uiteindelijk in juni 1218 de militaire leider van de kruistocht, Simon de Montfort, sneuvelde.
Zijn zoon en opvolger, Amaury de Montfort, was helemaal niet van hetzelfde kaliber als zijn vader, miste diens prestige maar vooral zijn militaire ervaring, waardoor hij de veroverde gebieden langzaam maar zeker moest prijsgeven tijdens de zogenaamde Occitaanse reconquista.
Na een eerste belangrijke Occitaanse overwinning bij de slag van Montgey in 1211 zal het nog tot 1219 duren eer dat succes zal worden herhaald en wel met de slag van Baziège in 1219.

–––––
Michel Gybels bespreekt de slag van Baziège, een uitermate belangrijk keerpunt in de jarenlange strijd van de Occitanen tegen de Fransen met verstrekkende politieke gevolgen.
Bovendien is het dit jaar precies 900 jaar geleden en dat zal in Baziège en omstreken in september 2019 uitgebreid worden herdacht.

De Schaduw van het Kruis – Deel 5

Niemand wist of het een heks was of een ketter die zo dadelijk verbrand zou worden op de place Saintes-Scarbes. Enkele voorbijtrekkende boerenkinkels hadden door hun opgewonden kreten Ogier en Alazaïs, die nog steeds in de taveerne zaten, over deze gruwelijke gebeurtenis ingelicht. De twee dachten onmiddellijk aan dezelfde vrouw: Blanche... Ze beseften dat het vrijwel uitgesloten was dat ze al zo snel zou zijn veroordeeld, maar ze waren toch onmiddellijk naar het plein gelopen. Dankzij zijn energie en, niet te onderschatten, het indrukwekkende wapenschild op zijn borst, was Ogier er in geslaagd door de menigte heen te dringen tot op de eerste rij, op zo'n twintig passen van de brandstapel, net achter de soldaten van de bisschop. Alazaïs, bleek van angst, was hem zo goed en zo kwaad als mogelijk gevolgd en stond naast hem, samengedrukt tussen twee kruisboogschutters met opgewekte gezichten.
Bovenop een enorme stapel takken was een vreemde vrouw stevig vastgebonden aan een houten paal. Ze keek met een sombere en uitdagende blik naar haar beulen. Ze was ongetwijfeld de veertig voorbij, ook al was het moeilijk er een leeftijd op te plakken: haar gezicht was doorploegd met diepe rimpels, haar dikke krullende bruine haren waren uitzonderlijk lang, ze bedekten haar bijna volledig, haar lichaam was mager en toch gespierd, maar haar ogen vertoonden zo'n wilde glans dat zelfs de meest menslievende inquisiteur er onmiddellijk van overtuigd zou zijn dat ze bij de duivel hoorde! Haar nog verbazend witte tanden wekten de indruk dat ze die van een wolf had gestolen. En ze liet ze ook zien, haar tanden, de aanwezige soldaten en monniken die haar omringden werden voortdurend bestookt met de meest beangstigende verwensingen. Opgelucht dat het niet Blanche was, bleven Ogier en Alazaïs toch toekijken. Een fascinatie voor de dood, nieuwsgierigheid en walging, hielden hen ter plaatse. Ogier wendde zich tot de soldaat die naast hem stond met zijn kruisboog stevig in zijn gekruiste armen gekneld, en vroeg hem: “Wie is zij?”

–––––
De vijfde aflevering van ‘De Schaduw van het Kruis’, een historische roman van Jean-Louis Marteil.

En verder...

Vooraf

Top

lente

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019