De eerste keer dat ik op een roeitrainer zat, was in een fitnesscentrum. Ik was meegegaan met een vriend die al jaren sportte en die me enthousiast langs verschillende toestellen leidde. Bij het roeien bleef ik amper vijf minuten zitten.
Ik vond het zwaar, ongemakkelijk en eerlijk gezegd ook een beetje belachelijk. Iedereen rondom mij leek precies te weten wat hij deed, terwijl ik met mijn armen aan een handvat zat te sleuren alsof ik een grasmachine probeerde te starten.
Na die eerste kennismaking heb ik jarenlang geen roeitoestel meer aangeraakt.
Tot ik vorig jaar opnieuw op zoek ging naar een manier om thuis wat meer te bewegen.

De hele dag zitten begon zijn tol te eisen
Ik werk grotendeels achter een computer. Op sommige dagen zit ik van ’s morgens vroeg tot laat in de namiddag bijna onafgebroken op dezelfde stoel.
Natuurlijk sta ik af en toe recht om koffie te halen of iets te eten, maar als ik eerlijk ben, stelt dat niet veel voor.
’s Avonds voelde ik me daardoor vaak stijf. Niet dat ik voortdurend ergens pijn had, maar ik merkte dat ik veel te weinig bewoog.
Ik had al eens geprobeerd om te gaan lopen. Dat hield ik enkele weken vol, tot het weer slechter werd en mijn agenda volliep. Een fitnessabonnement had ik ook gehad, maar daar betaalde ik uiteindelijk vooral voor de goede voornemens.
Ik zocht dus iets voor thuis.
Eerst dacht ik aan een gewone fitnessfiets. Maar omdat ik overdag al zoveel zit, wilde ik graag een beweging waarbij ik meer van mijn lichaam gebruikte.
Zo kwam ik toch weer bij het roeien terecht.
Roeien ziet er eenvoudiger uit dan het is
Mijn grootste misverstand was dat roeien vooral een oefening voor je armen is.
Wanneer je iemand ziet roeien, lijkt het alsof die voortdurend een handvat naar zich toe trekt. Dat dacht ik vroeger dus ook.
Tijdens mijn eerste trainingen thuis merkte ik al snel waarom dat geen goed idee was.
Ik gebruikte bijna uitsluitend mijn armen en schouders, waardoor ik bijzonder snel vermoeid raakte. Mijn houding was ook niet ideaal.
Daarom ben ik eens rustig gaan bekijken hoe de beweging eigenlijk in elkaar zit.
Je begint met gebogen knieën en gestrekte armen. Vervolgens duw je jezelf met je benen naar achteren. Daarna beweegt je romp licht achteruit en pas op het einde trek je het handvat naar je lichaam.
Bij het terugkeren gebeurt het omgekeerde: eerst je armen, dan je romp en vervolgens buig je opnieuw je knieën.
Dat klinkt misschien behoorlijk technisch, maar na een tijdje wordt het een vloeiende beweging.
Voor mij maakte die aanpassing een enorm verschil. Plots voelde ik dat ook mijn benen aan het werk waren en kon ik veel rustiger een ritme aanhouden.
Ik heb trouwens geleerd om niet voortdurend zo hard mogelijk te trekken. Een gecontroleerde beweging voelt aangenamer en helpt me om langer door te gaan.

Tien minuten kunnen verrassend lang duren
Toen ik mijn roeitrainer voor het eerst thuis gebruikte, dacht ik dat een halfuur trainen wel haalbaar zou zijn.
Dat bleek nogal optimistisch.
Na acht minuten zat ik al stevig te zweten. Niet omdat ik zo’n indrukwekkende prestatie leverde, maar omdat mijn conditie simpelweg minder goed was dan ik mezelf had wijsgemaakt.
Ik heb het toen anders aangepakt.
In plaats van meteen lange trainingen te proberen, begon ik met blokjes van vijf minuten. Tussendoor nam ik even rust en dronk ik wat water.
Na enkele weken kon ik die blokjes langer maken. Intussen roei ik meestal twintig tot vijfentwintig minuten, afhankelijk van hoeveel tijd ik heb.
Soms maak ik er een intervaltraining van. Dan roei ik twee minuten in een stevig tempo, gevolgd door twee minuten rustiger bewegen.
Op andere dagen probeer ik gewoon een gelijkmatig tempo aan te houden.
Wat me aanspreekt, is dat je gemakkelijk zelf bepaalt hoe intensief het wordt. Ik hoef niemand bij te houden en er staat geen instructeur te roepen dat ik nog tien herhalingen moet doen.
Ik bepaal mijn eigen tempo.
Het toestel zelf maakt wel verschil
Bij mijn zoektocht ontdekte ik dat er verschillende soorten roeitrainers bestaan.
Sommige werken met luchtweerstand, andere met magnetische weerstand of water. Ik had daar aanvankelijk geen flauw benul van.
Voor mij waren vooral drie dingen belangrijk: het geluid, de afmetingen en hoe soepel de beweging aanvoelde.
We wonen niet bijzonder groot. Het toestel moest dus op een plek passen waar het niet voortdurend in de weg stond.
Uiteindelijk koos ik voor een model dat ik na gebruik rechtop kan zetten. Dat vraagt nog altijd wat ruimte, maar het is een stuk praktischer dan een toestel dat permanent midden in de kamer staat.
Het geluid is ook iets om rekening mee te houden. Sommige toestellen maken duidelijk meer lawaai dan andere. Wie in een appartement woont of graag laat op de avond sport, kan daar maar beter vooraf op letten.
Daarnaast zou ik iedereen aanraden om de lengte van de rail te controleren. Zeker als je wat groter bent, moet je voldoende ruimte hebben om je benen goed te kunnen strekken.
Dat zijn dingen waar ik tijdens mijn eerste zoektocht nauwelijks aan dacht.
De trainingen zijn niet altijd even plezant
Wat ik prettig vind aan roeien, is dat ik na twintig minuten echt het gevoel heb dat ik bewogen heb.
Mijn benen, rug en armen hebben allemaal gewerkt. Dat wil niet zeggen dat één toestel automatisch iedere spier perfect traint, maar het is wel een gevarieerde beweging.
Toch ga ik niet beweren dat ik iedere training fantastisch vind.
Soms heb ik simpelweg geen zin. Dan staat het toestel daar en bedenk ik allerlei redenen waarom morgen misschien beter zou uitkomen.
Op zulke dagen spreek ik met mezelf af dat ik maar tien minuten moet roeien.
Meestal blijf ik uiteindelijk langer zitten. Soms ook niet, en dat is prima.
Ik probeer ook mijn houding in het oog te houden. Zodra ik merk dat ik vermoeid raak en slordiger begin te bewegen, vertraag ik liever even.
Harder trainen is niet altijd beter, zeker niet wanneer je de techniek uit het oog verliest.
Waarom ik het blijf doen
Mijn favoriete moment om te roeien is op zaterdagochtend.
De rest van het huis slaapt soms nog. Ik zet een raam open, leg mijn telefoon weg en begin rustig te bewegen.
Tijdens de eerste minuten denk ik meestal nog aan boodschappen, werk of alles wat ik dat weekend moet doen. Daarna wordt mijn hoofd geleidelijk rustiger.
Het is misschien vreemd om dat te zeggen over een fitnessapparaat, maar die herhalende beweging helpt me om even nergens anders mee bezig te zijn.
Ik kijk nauwelijks nog naar de afstand die ik afleg. Mijn doel is niet om records te breken, maar om regelmatig te bewegen.
Dat lukt niet iedere week even goed, maar ik hou het ondertussen veel langer vol dan mijn eerdere sportieve pogingen.
Had je me enkele jaren geleden verteld dat ik vrijwillig thuis zou roeien, dan had ik je waarschijnlijk uitgelachen.
Nu snap ik eindelijk waarom sommige mensen er zo enthousiast over zijn.
Niet omdat het gemakkelijk is, maar juist omdat je met een eenvoudige beweging behoorlijk wat inspanning kunt leveren, zonder dat je daarvoor de deur uit moet.
